Home

Autonomie

Menu

Verstandelijkbeperkt.nl

Dè site over verstandelijke beperking van het Expertisecentrum Verstandelijke Beperking      

Autonomie

Ieder mens heeft recht op een eigen leven. De meeste van onze cliënten kunnen en willen veel zelf doen. En wat een cliënt zelf kan, nemen wij liever niet onnodig uit handen. Als zorgverlener zijn we verantwoordelijk voor het begeleidingsproces. We concentreren ons op de zorgtaken die noodzakelijk of wenselijk zijn. Met andere woorden: we nemen het leven van een cliënt niet over, maar vullen het aan.

de cliënt staat centraal
Vaak gebeurt het dat de cliënt wel bij een gesprek aanwezig is, maar bij het gesprek de cliënt niet het middelpunt daarvan vormt. Begeleiders praten met ouders of met andere partijen. De cliënt ervaart dan niet dat hij de belangrijkste gesprekspartner is. Het is de taak van de begeleider om op zodanige wijze sturing te geven aan het gesprek, dat de cliënt zoveel mogelijk het middelpunt is of wordt.

de cliënt is belangrijk
De cliënt is belangrijk, maar voelt hij zich ook belangrijk? Hoe zorgen we dat de cliënt zich belangrijk voelt? Bijvoorbeeld door post aan de cliënt in een eigen postvakje te laten bezorgen. Wanneer post die gericht is aan de cliënt bij de begeleider terecht komt, draagt dat niet bij aan het gevoel van ‘er toe doen’. Het kan natuurlijk zijn dat post steeds kwijt raakt of spanningen bij de cliënt oproept. In dat geval kan het zinvol zijn om met de cliënt iets anders af te spreken.

zelf keuzes kunnen maken
De volwassen cliënt mag zelf kiezen. Want hij is niet alleen cliënt, maar ook gewoon mens. Een mens heeft burgerrechten. Het is de rol van de begeleiders om de cliënt te helpen de goede keuzes te maken. Zelf keuzes maken heeft wel een keerzijde. Verstandelijk gehandicapten hebben veelal moeite met planning en met het overzien van gevolgen van de keuzes die zij maken. Wij hebben hierin dus ook een signalerende en beschermende rol.

zelf mogen ervaren
Eén van onze taken is om de cliënt te beschermen. Bijvoorbeeld tegen kwade bedoelingen van anderen of tegen ‘slechte keuzes’ die grote gevolgen hebben. Maar we moeten een cliënt niet overmatig beschermen tegen eventuele misstappen die hij of zij kan maken. Zelf ervaren geeft toch vaak de duidelijkheid die iemand nodig heeft. Als je niet zelf mag ervaren weet je niet waar je mogelijkheden liggen. Woorden maken nu eenmaal minder duidelijk dan ervaringen. Dat is voor normaal begaafde mensen ook het geval. Vraag jezelf steeds af waar de specifieke situatie om vraagt. In bescherming nemen of zelf laten ervaren? Waarschuwen of laten gebeuren? Bespreek je overwegingen met de cliënt.

alles mogen weten over jezelf
Openheid en transparantie geven niet alleen duidelijkheid, maar geven iemand ook het gevoel van vertrouwen en als volwassene benaderd worden. En dat voelt goed. Wanneer je vertrouwd wordt, kan je groeien. Een cliënt heeft recht op deze openheid. Dat wil niet zeggen dat je zomaar ongenuanceerd alles moét zeggen. Maak afspraken met de cliënt over waar jullie het samen over hebben en waarover niet.

niet invullen voor de ander
Goed bedoeld vullen begeleiders vaak in wat voor de cliënt het beste is. Wij geven antwoord voor hem of haar, vullen zinnen in wanneer een cliënt daar niet uit komt of bedenken wat het beste zou zijn. Laat de cliënt eerst zelf maar bedenken wat hij wil zeggen. Oefen eens met stiltes laten vallen. Wanneer je een stilte laat vallen, kan er van alles gebeuren; het moment kan misschien gevoelsmatig héél lang duren en het kan natuurlijk ook zijn dat een cliënt iets totaal onverwachts zegt. Maar het is ook goed mogelijk dat door bewust te oefenen met het laten vallen van stiltes, er een hoop meer eigen initiatief van de cliënt naar voren komt.

gesprekken over de cliënt?
Liever niet over de cliënt, maar mét de cliënt. Het is goed om met elkaar af te stemmen. Maar het is belangrijk om bespreekbaar te maken waar we het over hebben. Natuurlijk zijn er ook zaken die bij de cliënt spanningen kunnen oproepen en liever zonder diens aanwezigheid besproken dienen te worden. Maak daarover afspraken met de cliënt.

werkplannen
Het is belangrijk dat een werkplan goed aansluit bij waar de cliënt aan toe is. Een goed werkplan is afkomstig van de cliënt zelf. De cliënt bedenkt het liefst zelf wat voor werkplan hij of zij wil hebben. Wil de cliënt iets leren of wil hij gewoon hulp hebben? Welke stap wil de cliënt eventueel maken? Komt dat overeen met wat de begeleider ervaart? Wanneer een cliënt niet aan een werkplan wil werken, is het volledig zinloos om dat werkplan door te zetten.

grenzen van de autonomie
Wanneer dat nodig is, beschermen we een cliënt tegen verkeerde keuzes, maar we doen dat in goed overleg. Durven ingrijpen, openheid bieden in plaats van handelingsverlegenheid.

Wees vooral duidelijk en direct wanneer dat mogelijk en wenselijk is.